|
Het goed samenstellen van een menu vraagt om
een aantal basisprincipes die goed in acht moeten worden genomen.
Allereerst is het heel belangrijk dat alle voedingsmiddelen rauw verstrekt
worden en in zijn meest natuurlijke vorm. Zo kiest men bijvoorbeeld voor
rauw schapenvet in plaats van bewerkt schapenvet, prefereert men verse vis
boven visolie capsules en geeft men de voeding in zo'n groot mogelijke
stukken. De meest natuurgetrouwe percentages zijn: 60-70% spiervlees, 150%
orgaanvlees en 15% bot. Deze percentages komen sterkst overeen met de
prooidieren die door hondachtige in de natuur ook gegeten zouden worden.
Behalve varken en zwijn mogen alle diersoorten gegeven worden. Rauw
varkensvlees kan de ziekte van Aujeszky met zich meedragen en hoewel de
kans nihil is zijn er zat andere diersoorten die risicoloos gevoerd kunnen
worden. Honden, maar ook katten en fretten zullen hieraan sterven: er is
geen behandeling mogelijk.
Geef minimaal vier verschillende
diersoorten, vis hier niet bij meegerekend. De reden dat het belangrijk is
om voldoende te variëren met verschillende soorten vlees is omdat elk
soort vlees zijn eigen specifieke samenstelling heeft en het variëren
ervoor zorgt dat een hond niet gauw iets tekort zal komen. De reden dat
vis niet meegerekend wordt is omdat vis door wilde hondachtige zelden
gegeten wordt en alhoewel het een zeer goede aanvulling is in een
hondenmenu niet de juiste specifieke eigenschappen heeft die vlees wel kan
bieden aan een carnivoor. Het geven van biologisch vlees of het geven van
wild heeft de voorkeur boven vlees uit de bio-industrie. Minimaal 80% van
de voeding dient te bestaan uit orgaanvlees, spiervlees en bot in de
gegeven verhoudingen. De overige 20% mogen vrij ingevuld worden. Denk
hierbij aan gezonde tafelrestjes, groenten, eieren, yoghurt en kefir en
dergelijke. Overigens mogen die 20% ook verder worden opgevuld met
orgaanvlees, spiervlees en bot. Volwassen gemiddeld actieve honden eten
gemiddeld 2,5% van hun gezonde lichaamsgewicht per dag. Honden die erg
actief zijn zitten eerder rond de 3%. Op het oog voeren is het
belangrijkste. Wordt de hond te dik dan voer je wat minder, valt hij
teveel af dan voer je meer. Een 'gemiddelde hond' bestaat eigenlijk niet.
Spiervlees
Spiervlees moet in een goed hondenmenu het hoofdbestanddeel uitmaken,
namelijk 60-70%. Spiervlees is het vlees wat de botten bij elkaar houdt.
Het allergemakkelijkste om te onthouden is dat alles wat geen orgaanvlees
is onder spiervlees valt. Voorbeelden van spiervlees zijn bijvoorbeeld
runderlappen, lamssnippers en kipfilet. Ook het vlees wat om botten zit
valt onder spiervlees, denk hierbij aan bijvoorbeeld lamsnekken, ribben,
en vleugels. In een menu wordt het aandeel spiervlees aan een bot ook bij
het totale percentage spiervlees gerekend. Honden die erg schrokken kunnen
beter kleinere stukken spiervlees krijgen dan hele hompen.
Orgaanvlees
Als je een menu voor je hond gaat samenstellen is het belangrijk dat je
zo'n 15% van je totale menu aan orgaanvlees voert. Probeer een zogenaamd
"orgaanpakket" samen te stellen: voer zoveel mogelijk
verschillende organen. Een orgaanpakket voer je het liefste na een dag met
bot. Voorbeelden van organen die je kunt voeren zijn: hart, lever, nieren,
milt, longen en hersenen. Long is geen must omdat het weinig
voedingswaarde bevat en veel honden eten het dan ook niet graag wat
hoogstwaarschijnlijk ligt aan de structuur van het orgaan. Doch kan dit
geen kwaad om te voeren en indien je een heel prooidier wilt simuleren mag
het eigenlijk niet ontbreken. Er zijn honden die erg snel aan de diarree
raken, bij deze honden is het aan te raden het orgaanvlees te verdelen
over de gehele week of te voeren tegelijkertijd met bot.
Lever werkt over het algemeen laxerend.
Vijftig gram per 10 kilo hond per week is voldoende. Indien een hond rauwe
lever of ander orgaanvlees blijft weigeren kun je deze ook even
dichtschroeien in een koekenpan, de meeste honden eten het daarna wel
doordat de ergste bloedsmaak er voor hen af is. Indien dit goed gaat kun
je het langzaam aan proberen af te bouwen naar weer volledig rauw. Verhit
uiteraard nooit delen met bot erin.
Vuile pens mag met gemak drie maal per
week gevoerd worden daar het bestaat uit glad spierweefsel. Vuile pens
bevat een uitstekende calcium/fosforverhouding en is een uitstekende
tandenborstel indien het gegeven wordt in mooie grote lappen. Blanke pens
heeft voor een hond geen enkele meerwaarde. Deze bevat nog nauwelijks
voedingswaarde en is bovendien vaak gebleekt. Onder echte vuile pens
verstaat met pensen waaraan of waarin nog maaginhoud zit. Deze maaginhoud
is ook ruwe vezel. Schrokkende honden kun je het beste hele grote lappen
geven en indien het te klein wordt in stukken knippen. Een andere
oplossing is om het in smalle repen te knippen.
Bot
Let er bij het geven van botten op dat je altijd botten geeft die in
verhouding staan met de grootte van de bek. Dit houdt voornamelijk in dat
je geen botten moet voeren die in verhouding te klein zijn. Kippennekken
zijn niet aan te raden voor grote honden. Buiten het feit dat het kan
leiden tot inslikgevaar wordt ook het gebit van de hond niet optimaal
benut: het geven van grote vlezige stukken bot voorkomt tand en
tandvleesproblemen. Indien een hond grote stukken bot krijgt wordt het
gehele gebit onderhouden en het tandvlees gemasseerd. Geef nooit enkele
ribben maar altijd een aantal ribben aan elkaar. Sommige honden blijven
permanent vele soorten rauwe botten weigeren. Indien een hond maar één
botsoort opeet is dit geen enkel probleem zolang de organen en het
spiervlees maar voldoende worden afgewisseld met andere diersoorten. Blijf
altijd bij je hond als je een bot geeft, de kans is klein maar er kan
áltijd wat misgaan. Ook met botten uit de dierenwinkel! In een goed menu
voer je gemiddeld 15% aan bot.
Vis
Hoewel vis geen verplicht onderdeel is van een hondenmenu heeft vis wel
heel veel goede eigenschappen. Vis is een belangrijke bron van omega
vetzuren. Deze omega vetzuren dragen o.a. bij aan de conditie van de
huid/vacht, de smering van de gewrichten en zijn tevens goed voor hart en
bloedvaten. Je zou daarom één keer per week je hond vis kunnen geven.
Goede zogenaamde 'vette' vissoorten die geschikt zijn om aan je hond te
voeren zijn bijvoorbeeld: sardientjes, zalm, tonijn, wijting en makreel.
Ook voor vis geldt dat je deze wel rauw moet geven: het verhitten van de
vis zorgt voor broze en splinterbare graatjes. Bovendien worden
belangrijke enzymen en vitamines kapot gemaakt indien je vis verhit. Vis
uit blik is geen onderdeel van een volledige voeding maar telt enkel als
tussendoortje. Als je vis uit blik neemt is vis op waterbasis aan te
raden. Vis op oliebasis kan zorgen voor diaree en bovendien is het erg
vet. Vis kun je eenmaal per week of per twee weken in je menu gebruiken.
Sommige honden moeten wennen aan het verteren van vis en kunnen wat
diarree krijgen. Geef in dat geval wat vis als je ook bot voert of zorg
ervoor dat de hond al een bodempje in zijn maag heeft met wat spiervlees.
Honden met nierproblemen kun je beter visolie verstrekken.
Hele prooidieren
Het allernatuurlijkste is om hele prooidieren aan je hond te verstrekken.
Denk hierbij aan hele konijnen met huid, kop en haar, hele eenden,
fazanten, kwartels, kippen, ratten, cavia's, hazen en dergelijke.
Completer kan dan natuurlijk niet! De veren, haren en nagels doen dienst
als ruwe vezel. Alles mag in zijn geheel worden opgegeten. Als je
gevogelte voert zorg er dan wel voor dat de hond ook het vlees erbij
opeet. Teveel veren en te weinig vlees kan voor een te harde ontlasting
zorgen.
Aanvullingen op
het menu
Het menu van de hond mag aangevuld voor de eventuele overige 20% met
andere gezonde dingen. Denk hierbij aan eieren. Geef eieren wel in zijn
geheel: eiwit bevat een stof die biotine (een B-vitamine) afbreekt. Bij
een heel ei is dit geen probleem, omdat het biotine-gehalte in het eigeel
voor compensatie zorgt maar indien je het los van elkaar geeft kan dit
voor tekorten zorgen. Je kunt 1 ei per 5 kilo hond per week voeren. Een
hond die 20 kilo weegt mag er dus vier per week. Je kunt het menu van je
hond verder 'aankleden' door hem bijvoorbeeld wat yoghurt of kefir te
geven. Gezonde tafelrestjes mogen ook gevoerd worden, evenals groente. Een
hond die goed gevarieerd te eten krijgt, behoeft verder geen aanvullingen,
het geven van aanvullingen is dus absoluut geen must.
Ruwe vezel
Indien je geen hele prooidieren aan jouw hond voert, en geen vuile pens
met inhoud is het raadzaam om wat ruwe vezel aan de maaltijd toe te
voegen. Ruwe vezel is een klein percentage onverteerbare stof in de
voeding die zorgt voor een goede darmwerking. In de natuur zullen wolven
en hondachtige de haren, veren en nagels van hun prooidieren opeten. Je
kunt dit nabootsen door aan elke maaltijd wat onverteerbare stof aan de
voeding toe te voegen. Denk hierbij aan gehele zaden en noten. Indien je
hond regelmatig gras eet werkt dit net zo goed als ruwe vezel. Als je ruwe
vezel geeft mag je deze producten niet malen: indien je het maalt heeft
het geen functie meer als ruwe vezel doordat de hond de stoffen dan tot
zich kan nemen.
Groenten, fruit en
granen
In tegenstelling tot wat vaak beweerd wordt eten wolven geen maaginhoud
van een prooidier, hooguit indien ze een klein prooidier zoals een konijn
verschalken of als er hongernood dreigt: honger maakt immers rauwe bonen
zoet. David Mech, een wolfdeskundige, heeft dit ook bevestigd. ( zie ook
het boek van David Mech: The wolf, Ecology and Behavior of an endangered
species)
Er zijn mensen die beweren dat groenten
en fruit een rol spelen als antioxidant, als ruwe vezel en dat deze de
voeding van de hond zal aanvullen met vitamines en mineralen. Men kijkt
echt teveel naar ons eigen voedselpatroon waar groenten en fruit wel een
belangrijke rol spelen. Honden zijn in tegenstelling tot mensen zelf in
staat om vitamine C aan te maken.
Dat wolven soms de dunne darminhoud
opeten is een ander verhaal. Darminhoud van grazers bevat namelijk wat
vetzuren die in de natuur nauwelijks te vinden zijn.
Verder heeft een wolf geen enkel kenmerk
meegekregen dat zou moeten wijzen op het feit dat ze plantaardig materiaal
nodig zouden hebben. Een beer bijvoorbeeld heeft in de evolutie, door de
jaren heen, speciale kiezen ontwikkeld in zijn bek zodat hij is staat is
om plantaardig materiaal te kunnen verwerken. Met deze kiezen kan hij
plantaardig materiaal verbrijzelen waardoor de celwand kapot gemaakt wordt
en hij het tot zich kan nemen. Bij honden moet je planten, groenten,
fruit, granen voorbewerken voor een hond ze daadwerkelijk kan benutten, en
dat bewijst al voldoende dat ze deze niet nodig hebben.
Dat een hond kan overleven op een strikt
vegetarische dieet bewijst inderdaad dat ze in staat zijn om groenten en
dergelijke die bewerkt zijn tot zich kunnen nemen, doch zegt het niks over
het nut van groenten voor gezonde honden. Dalmatiërs zijn de enige honden
die wél wat groente nodig hebben omdat zij een vochtrijke voeding nodig
hebben die een laag purine gehalte heeft. Houdt bij Dalmatiërs zo'n 15%
groente aan.
Groenten voeren
Voor de mensen die toch graag groenten willen voeren hier wat voorbeelden
van wat je kunt geven. Boven de grond groeiende groenten zorgen doorgaans
voor een wat lossere ontlasting. Onder de grond groeiende groenten zorgen
voor een vastere ontlasting. Het is wel belangrijk als je groentes wilt
voeren dat je ze dan pureert. Honden zijn namelijk niet zelf in staat
cellulose af te breken. De groenten dien je rauw te geven, alleen
sperziebonen moet je koken. Je kunt indien je groente wilt voeren zo'n 10%
van het gehele menu aan groente geven.
Gebruik niet teveel koolsoorten in je
groentemix omdat deze zorgen voor gasvorming in de darmen.
Geef geen tomaat, ui en prei, dit is
familie van de nachtschade en van de look en veel honden reageren er
allergisch op wat zich uit in voortdurend krabben. Ook bestaat er een kans
op de ziekte van Heinz.
Boven de grond groeiende groenten:
Bloemkool, groene kool, snijbonen, sperziebonen (even koken), boerenkool,
spinazie, Chinese kool, rode kool, paksoi, sla, spruitjes, doperwten,
witlof, peterselie, kapucijners en komkommer.
Knoflook mag, maar met mate: een teveel
aan knoflook kan bloedarmoede veroorzaken.
Onder de grond groeiende groenten:
Bieten, wortelen, asperges, selderie en kolraap
Fruit mag ook, maar liever niet samen met
je groentemix. Fruitsoorten bevatten wel veel suikers dus geef er niet
teveel van. Je kunt het beter beschouwen als tussendoortje. De pitten van
de meeste fruitsoorten zijn niet goed voor honden omdat ze vaak blauwzuur
bevatten. Verwijder deze dus voor je het aan je hond geeft.
Granen
Honden hebben geen graan nodig. De koolhydraten die een hond nodig heeft
kan hij het beste opnemen uit het vlees wat hij nuttigt. Daar is het voor
de honden makkelijk opneembaar gemaakt. Toch dient zit er wel een verschil
tussen kwaliteitsgranen en de afvalgranen die men in hondenbrokken
verwerkt. We weten allemaal dat we een natuurlijk product zoals
bijvoorbeeld een ei, in zijn volledige vorm dienen te voeren, willen we
alle benutbare elementen die erin zitten evenwichtig tot zijn recht laten
komen. Een handje van het volledige product is dan ook te prefereren boven
tarwekiemolie. Indien je de hond enkel en alleen het restafval van de
graankorrels voert is dit niet meer in balans. Dus als je jouw hond granen
wilt voeren, voer dan het gehele natuurlijke product. Dit kan indien in
zijn geheel gegeven overigens ook als ruwe vezel functioneren.
Verkrijgbaarheid
Het meeste vlees wat gevoerd wordt is restvlees van wat men overhoudt van
verwerking van het vlees voor menselijke consumptie. De beste plek om
vlees en botten te halen is bij Islamitische slagers en slachthuizen,
zelfslachtende slagers en tegenwoordig zijn er ook internetwinkels die
producten thuis bezorgen. Op de markt kun je vaak terecht bij de poelier
en voor vis(afval) kun je terecht bij de visboer op de markt. In
supermarkten zijn vaak goedkope diepvrieskippen en kuikens te koop. Indien
je hele prooidieren wilt voeren kun je het beste contact opnemen met
reptielenwinkels en houders. Ook op internet op diverse fora zijn er hele
lijsten met adressen door heel Nederland, België en Duitsland te vinden
die jou kunnen voorzien in materiaal. |