Registreren

Invloed van geurverrijking op het gedrag van zw.voet katten

Voedings- en medische informatie over katten.

Moderator: Team VoerNatuurlijk

*Site Beheerder*
*Site Beheerder*
Avatar gebruiker
Berichten: 30895
Geregistreerd: wo 23 nov, 2005 21:30
Woonplaats: Leeuwarden
Aantal honden: 2
Aantal katten: 3

Invloed van geurverrijking op het gedrag van zw.voet katten

Berichtdoor Ester » ma 17 maart, 2008 19:40

Ik kwam dit onderzoek tegen en ik dacht dat het wellicht wel interessant was.

DE INVLOED VAN GEURVERRIJKING OP HET GEDRAG VAN ZWARTVOET KATTEN, FELIS NEGRIPES, IN GEVANGENSCHAP
Vertaling en samenvatting door Marcellina Stolting

Samenvatting

De waarde van geur-verrijking voor binnen gehuisveste dieren wordt nu onderkend. De grote katten blijken te profiteren van de introductie van geuren in hun omheinde omgeving, maar het effect van geur op het gedrag van kleine katten was nog onbekend.

Deze studie bekeek het gedrag van zes in dierentuinen gehuisveste zwartvoet katten, Felis Negripes, en hun respons op vier geuren: geen geur (controlegroep), nootmuskaat, kattenkruid en de lichaamsgeur van prooi. Gedurende een periode van 5 dagen werden deze individueel geïntroduceerd op doeken in de hokken van de dieren. De hypothese was dat er een significant verschil zou bestaan in het gedrag van de katten, bij het gebruik van de controlegeur en de experimentele geuren en dat de interesse in de experimentele geuren langzaam af zou nemen. Alle experimentele geuren beïnvloedden het gedrag van de katten, wat resulteerde in een toename van de tijd dat de dieren met actief gedrag doorbrachten: bewegen, zichzelf verzorgen, onderzoeken van de lap en de kooi. De experimentele geuren resulteerden ook in een vermindering van de tijd die de katten doorbrachten met gedrag op één plek: staan, zitten en rusten. Nootmuskaat had minder effect op het kattengedrag dan kattenkruid of de geur van prooi. De respons van de katten op alle experimentele geuren nam geleidelijk af in de 5-daagse periode van observatie, hetgeen de suggestie wekt dat de dieren wenden aan de stimuli. De resultaten brengen het potentieel van het aanwenden van geuren als omgevingsverrijking voor kleine katachtigen aan het licht, mits deze op de juiste manier gebruikt worden.

1. Introductie

Het effect van gevangenschap op het gedrag en welzijn van dieren heeft veel aandacht gekregen sinds de oorspronkelijke studies van Hediger (1950, 1955). Nu wordt erkend dat het houden van dieren in kleine oninteressante ruimtes abnormaal en afwijkend gedrag kan veroorzaken (Appleby & Hughes 1997, Broom & Johnson 1993). Er zijn veel pogingen gedaan om het welzijn te verbeteren door de omgeving te verrijken door extra stimuli aan te bieden (Markowitz 1982, Renner & Lussier 2002, Wells & Hepper 2000, Wells et al 2002).

Omgevingsverbetering voor gevangen gehuisveste katachtigen is traditioneel gefocust op het veranderen van voederregimes, het introduceren van speeltjes of implementatie van operante conditionering die de dieren laat werken voor voedsel. Recent is er aandacht gekomen voor de waarde van geuren als omgevingsverrijking voor de grote wilde katten. Powell (1995) ontdekte dat de introductie van de geur van musk parfum, piment en extracten van pepermunt en amandel, het niveau van activiteit verhoogde bij de gevangen gehuisveste Afrikaanse leeuw. Vergelijkbare resultaten worden gerapporteerd door Schuett & Frase (2001) bij hun studie van in dierentuinen gehuisveste leeuwen, die werden blootgesteld aan de geuren van zebramest, kaneel, chilipoeder en gember. Pearson (2002) stelde gevangen Aziatische leeuwen bloot aan de geur van kruiden (o.a. rozemarijn, bieslook, citroengras en piment) en essentiële oliën (o.a. pepermunt, ylang ylang en eucalyptus). Tot nu toe is er totaal over de waarde van geurverrijking voor kleine wilde katachtigen heengekeken.

Deze studie heeft het effect bestudeerd van geur-verrijking op het gedrag van een van de kleinste in dierentuinen gehuisveste wilde katten : de zwartvoet kat. Er zijn momenteel wereldwijd (2004) 45 zwartvoet katten die in gevangenschap worden gehouden. In zijn natuurlijke habitat in Centraal- en West-Afrika, is deze zwartvoet kat een zeer solitair levend dier en weegt tussen de 1 en 2,5 kg. Dit is een kat die veel jaagt als hij wakker is: op knaagdieren, vogels en insecten. In gevangenschap echter is deze diersoort zéér inactief. Het verrijken van de omgeving heeft voor deze kat dus grote waarde: meer actief zijn zou aangemoedigd worden en het dier zou meer soorteigen gedrag gaan vertonen.

Deze studie bekeek de respons van de introductie van vier experimentele geuren op het gedrag van zes zwartvoet katten. De geuren bevatten één controlegeur (d.i. geen kunstmatige geur) en drie experimentele geuren: de specerij nootmuskaat, het kattenkruid en de lichaamsgeur van een prooidier (kwartel). Alle geuren werden gekozen omdat zij een bepaald effect hebben op het gedrag van wilde en gedomesticeerde katachtigen en worden beschouwd als geschikte geurstimuli voor in gevangenschap levende katten. De invloed van de tijdsduur van de blootstelling aan de geur werd eveneens bestudeerd.

2. Methode

2.1. De subjecten


Onderwerp van onderzoek waren zes in gevangenschap geboren zwartvoet katten, solitair gehuisvest in de Belfast Zoological Gardens.

De zwartvoet kat, Felis Negripes.

Er verbleven geen andere dieren in de observatieruimte. De temperatuur werd constant op dertig graden gehouden, luchtvochtigheid op 15%. Kunstlicht kwam van drie twintig watt TL-lampen. Het verblijf werd dagelijks schoongemaakt en het voer werd verspreid voor de dieren. Het voer bestond uit hele vogels (fazant en kip), knaagdieren (hamsters, rat, muis en gerbil) en runderhart. Bovendien werd in het voer multi-vitaminepoeder voor carnivoren gedaan.

2.2. De geuren

De katten werden blootgesteld aan drie experimentele geuren: nootmuskaat, kattenkruid en de lichaamsgeur van een prooidier (kwartel). Er werd een kwartel per doek gebruikt. Deze geuren waren nieuw voor de katten die geboren waren in de Belfast Zoo. Of dat ook het geval was voor de katten die geïmporteerd waren uit andere dierentuinen, was onbekend doordat er beperkte achtergrondinformatie was.

De geuren werden individueel in de omgeving van de kat geïntroduceerd op een gesteriliseerde flanellen doek van 1 bij 1 meter. De onderzoeker droeg plastic handschoenen om te voorkomen dat de doeken “vervuild” raakten met de lichaamsgeur van de mens. Er was tevens een vierde controlelap, die geen experimentele geur bevatte, maar wel op dezelfde manier gebruikt werd.

2.3. Procedure

Aan het begin van een sessie werd een lap op de vloer van het omheinde verblijf van de kat gelegd. Elke dag werd de geur ververst, vijf dagen lang. Dan twee dagen niets, vervolgens werd een nieuwe geur geïntroduceerd. Dit proces duurde vier weken, totdat de kat was blootgesteld aan alle geuren. De zes katten werden blootgesteld aan dezelfde geuren in dezelfde volgorde, omdat de draadgazen afscheiding niet voorkwam dat geuren doordrongen tot de andere hokken. Als eerste kregen de katten de controledoek, dan die met nootmuskaat, kattenkruid en vervolgens die met de lichaamsgeur van een prooidier.

De observator zat eerst tien minuten stil buiten het kattenverblijf, om te garanderen dat de dieren gewend waren aan deze aanwezigheid.

Ethogram van gedragscategorieën voor de zwartvoet kat
Gedrag Definitie

Rusten: Leunen op de buik of in een laterale positie

Staan: Recht op vier benen staan

Zitten: Met geflexte achterpootjes en gestrekte voorpootjes

Bewegen: Lopen, rennen of snelheid maken

Verzorging: Het eigen lichaam likken

Onderzoeken hok: Ruiken aan de grond of de omheining binnen 5 cm

Onderzoeken doek: Ruiken aan de doek binnen 5 cm

Als een kat gelijktijdig twee gedragingen vertoonde, werd de meest actieve genoteerd. Het was nuttig geweest om de bewegingen te onderscheiden. Maar rennen en snelheid maken werd natuurlijk nauwelijks waargenomen bij deze opgesloten katten.

2.4 Data analyse

Om de data te analyseren werd SPSS10 voor een Apple gebruikt. Speciaal voor herhaalde meting van elk gedrag werd ANOVA ontworpen.

3. Resultaten

3.1. Rusten


Het onderdeel ‘rusten’ hield duidelijk verband met de geursituatie. De dieren rusten meer bij de controletest dan bij de geuren. De Newman-Keuls test gaf aan dat de katten minder rusten op de eerste dag van de observatie.

3.2. Bewegen

Tijdens de controletest bewogen de katten veel minder dan bij de geur test. Maar bij nootmuskaat weer minder dan bij kattenkruid en prooigeur. Ook hier werd weer meer bewogen op de eerste dag. En meer bij geuren dan zonder geur.

3.3. Staan

Er was een groot verschil tussen de controlegeur en de drie andere geuren. Bij de controlegeur werd meer gestaan dan bij de experimentele geuren.

3.4 Zitten

De ANOVA onthulde een significant effect op het zitgedrag. De katten zaten duidelijk meer tijdens de controletest dan bij de geur testen.

3.5. Zelfverzorging

De zelfverzorging van de kat was duidelijk gerelateerd aan de geursituatie. Er werd minder verzorgd tijdens de controlegeur testen.

3.6. Kooi onderzoeken

Ook hier kwam weer een aanmerkelijk verschil naar voren. Tijdens de controletest werd minder tijd besteed aan het onderzoeken van de ruimte dan bij het gebruik van de geuren. Bij nootmuskaat was weer minder onderzoeksgedrag aanwezig dan bij de beide andere geuren. Op dag 1 werd meer onderzocht dan op dag 3 en 5. Op dag 3 was het onderzoekende gedrag bijna op hetzelfde niveau als bij de controlegeur.

3.7. Onderzoeken van de doek

Dit bleek absoluut samen te hangen met de geur. Er werd minder onderzocht bij nootmuskaat, dan bij kattenkruid en prooigeur.

4. Discussie

Deze studie geeft aan dat het gedrag van de zwartvoet kat duidelijk beïnvloed wordt door geurstimulatie. Het effect van geuren op het gedrag nam echter langzaam af. In vergelijking met de controle situatie, moedigden de experimentele geuren de kat aan om minder tijd te besteden aan gedragingen op één plek. Deze veranderingen in het algemene activiteiten-patroon kunnen zeker positief genoemd worden. Veel wilde katten, inclusief de Felis Negripes, zijn veel vaker inactief in gevangenschap als in hun natuurlijke habitat. Een van de doelen van geurverrijking in het stimuleren van meer soorteigen gedrag, zoals toegenomen activiteit en afgenomen inactiviteit. Een toename van activiteit hangt niet noodzakelijkerwijs samen met een toename van dierenwelzijn. Omdat een dier meer soorteigen gedrag vertoont, wil dit nog niet zeggen dat er sprake is van meer welbevinden. Het zou mogelijk kunnen zijn dat de grotere mate van activiteit van een wild dier het gevolg is van stressgevende stimulatie, bijv. predatie. De poging om de gevangen dieren actiever te laten zijn, zou wel eens op een misvatting kunnen berusten. Hutchins et al. gaven aan dat pogingen om het activiteitenniveau te verhogen bij gevangen gehouden katten nutteloos en onnatuurlijk zou zijn. Mellen et al. adviseerden een vorm van verrijking, die een kat aanmoedigt zijn omgeving te onderzoeken, i.p.v. te rusten. Geurstimulatie lijkt dit doel te dienen.

De experimentele situatie bevorderde tevens de frequentie van zelfverzorging. Een van de functies van zelfverzorging is het verwijderen van vuil. Het kattenkruid en de nootmuskaat waren in poedervorm. Het besnuffelen van de doeken zou er voor gezorgd kunnen hebben dat er residu op de vacht kwam. De reden voor de toename van zelfverzorging is de moeite van nader bestuderen zeker waard.

De geur van prooi en kattenkruid hadden de meeste invloed. Van kattenkruid neemt men aan dat dit een afrodisiacum is voor gedomesticeerde katten, die hen in een dartele staat van euforie brengt. Sommige wilde katten als de bobkat en de tijger, reageren niet op de geur van kattenkruid. Deze studie en die van Powell 1995 geven aan dat kattenkruid en gerelateerde geuren als pepermuntextract een euforie induceren bij andere wilde katten.

De suggestie werd gewekt dat de katten wenden aan de geuren, omdat hun interesse afnam in de testperiode. Verandering in de geurintroductie of slechts af en toe geuren als stimulus gebruiken, kunnen twee manieren zijn om de interesse van de kat te hernieuwen.

Als kattenkruid een neurofysiologisch effect heeft, zouden de katten een vergelijkbare respons tonen bij herhaalde blootstelling. Dat dit niet het geval was zou kunnen betekenen dat zwartvoet-katten niet zo beïnvloed worden door kattenkruid als andere katachtigen.

De toegenomen activiteit kan positief zijn voor het dierenwelzijn. Dit kan tevens een positief effect hebben op de waarneming van dierentuinbezoekers, die de uitgestalde dieren maar zielige opgesloten dierentuindieren vinden. Men moet wel voor ogen houden dat het in dit onderzoek slechts om een klein aantal dieren gaat, net als bij de meeste dierentuin onderzoeken. Generalisaties dienen dan ook te worden voorkomen. Geur presentatie via een extract dat gedruppeld kan worden op een doek is minder tijdrovend en praktischer dan de hier gevolgde methode. Gezien het feit dat katten snel wennen aan een geur, is het waarschijnlijker dat het soort geur minder belangrijk is dan de wisseling van geuren. Geur stimulatie moet niet gepraktiseerd worden ten koste van andere soorten omgevingsverrijking, zoals speeltjes en operante conditioneringtechnieken. Het resultaat van deze studie geeft aan dat geur een potentiële toegevoegde omgevingsverrijking kan zijn voor gevangen gehouden katachtigen.

Bron:

The influence of olfactory enrichment on the behaviour of captive black-footed cats, Felis Negripes. Deborah L. Wells, Justin M. Egli. Applied Animal Behaviour Science 85 (2004) p.p.107-119

Keer terug naar Bibliotheek Katten

Wie is er online

Gebruikers op dit forum: Geen geregistreerde gebruikers en 1 gast